Uitgebreid zoeken

De ‘Hongaartjes’. Belgisch-Hongaarse kinderacties

Vandaag is het een vergeten geschiedenis, maar negentig jaar geleden waren er in iedere gemeente in Vlaanderen, en in mindere mate in Wallonië, wel enkele ‘Hongaartjes’, zoals de kinderen met een gevoel van medeleven en een zweem van paternalisme vaak werden genoemd. Meer dan twintigduizend Hongaarse kinderen verbleven in de jaren 1920 in het kader van een internationaal humanitair project enkele maanden bij een Belgisch gastgezin om ‘aan te sterken’. Na de Tweede Wereldoorlog herhaalde de geschiedenis zich, zij het op een bescheiden schaal en in een veranderde context.

Deze themapagina is tot stand gekomen in samenwerking met KADOC - KU  Leuven. Tussen 7 maart en 29 mei 2016 is daar de gelijknamige tentoonstelling te zien. Voor meer informatie: website KADOC - KU Leuven.

Oostenrijk-Hongarije vocht tijdens de Eerste Wereldoorlog aan de zijde van Duitsland. Toen de dubbelmonarchie uiteenviel, beleefde Hongarije twee revoluties en vielen buitenlandse troepen het land binnen. Met het verdrag van Trianon (4 juni 1920) verloor het bovendien ongeveer twee derde van zijn grondgebied aan (nieuwe) buurlanden. Bijna een half miljoen Hongaren die toen in Tsjechoslovakije, Roemenië en Joegoslavië een minderheid vormden, migreerden daarop naar Boedapest en andere grote steden in het kernland. Ze werden er geconfronteerd met een torenhoge inflatie, werkloosheid, slechte huisvesting en voedseltekorten.

In Nederland werden al enkele jaren Hongaarse kinderen opgevangen, toen in 1923 in Turnhout het Hongaarsch Kinderwerk werd opgericht. Het was een katholiek initiatief en had de steun van kardinaal Mercier. Naast het nationale secretariaat in Turnhout ontstonden er lokale comités. Die hadden tot doel mogelijke pleegouders warm te maken voor de actie. Vanop de preekstoel overtuigden de pastoors gelovigen een kindje op te nemen. Tegelijk hield de Hongaarse Staatsliga voor Kinderbescherming in Boedapest zich bezig met de selectie, medische controle en het vertrek van de kinderen.

Naar België!

Meer dan veertig kindertreinen vertrokken tussen 1923 en 1927 vanuit het Ooststation in Boedapest naar België. Zij brachten twintigduizend kinderen naar alle mogelijk plaatsen in Vlaanderen en in mindere mate Wallonië. De kinderen hadden bij aankomst een identiteitspas op zak en droegen een kaart om hun hals. Aan de hand daarvan konden de pleegouders ‘hun’ kindje terugvinden.

Het verblijf

De kinderen kwamen in allerlei soorten gastgezinnen terecht: jonge gezinnen met kinderen, kinderloze paren, alleenstaande vrouwen, samenwonende broers en zussen, kloosterzusters en pastoors. Om het gesprek mogelijk te maken, werden er speciale woordenboeken in omloop gebracht. De kinderen liepen school, deden hun communie en werden ingeschakeld in de propaganda voor de kinderactie. Intussen was de familie in Hongarije ver weg. Alleen brieven en meegestuurde foto’s maakten ‘thuis’ tastbaar.

Terugkeer?

Volgens de officiële richtlijnen duurde een verblijf zes maanden, maar in de praktijk bleven veel kinderen langer. Daarvoor was de toelating van de Hongaarse ouders nodig. Sommigen kwamen meerdere keren. En er waren ook kinderen die nooit meer terugkeerden, bijvoorbeeld omdat de ouders niet meer voor hen konden zorgen. In 1927 zette Hongarije de actie stop, maar de jaren nadien reden er nog zogenaamde vakantietreinen tussen beide landen. De achtergebleven kinderen zochten in de jaren 1930 elkaar op en brachten indien mogelijk een bezoek aan hun vaderland. Hun identiteit bleef gedeeltelijk Hongaars, maar hun leven kreeg vorm in België.

Bekijken filmbeelden van de terugkeer van kinderen uit België in het Ooststation in Boedapest (1926). [Filmarchief Boedapest]:

Deel 1
Deel 2

Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog trok het lot van kinderen in het verwoeste Europa meer dan ooit de aandacht van de internationale gemeenschap. Vanuit België verstuurde Caritas Catholica kledij en voeding naar onder andere Duitsland, Oostenrijk en Hongarije. Tegelijk organiseerde ze vanaf 1946 opnieuw de tijdelijke opvang van kinderen in Belgische gastgezinnen. In Hongarije werkte ze daarvoor samen met Actio Catholica. Toen twee jaar later de communistische partij daar de touwtjes volledig in handen kreeg, kwam de actie ten einde. Slecht zo’n duizend kinderen hadden er gebruik van kunnen maken. Opnieuw waren er die voorgoed in België bleven.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM