Uitgebreid zoeken

Europese KNIL-soldaten

Van de 175.000 officieren en soldaten die tussen 1815 en 1909 voor het KNIL-leger werden geworven, kwamen er 24.000 uit Duitsland. Veel Duitsers waren eerder in dienst geweest bij de Verenigde Oostindische Compagnie of bij een andere Nederlandse handelsmaatschappij. Het KNIL richtte zich in een actieve werving zowel op mannen met een militaire achtergrond als op mannen zonder militaire ervaring. Zo was een flinke groep Duitse militairen afkomstig uit korpsen die na de Napoleontische oorlogen waren ontbonden. Duitse burgervrijwilligers kwamen uit staten ten noorden en zuidwesten van Pruisen. Vanaf 1860 nam het aantal buitenlandse soldaten af, wat ook voor de Duitsers gold. 

Als klein land stond Nederland in de negentiende eeuw voor de taak om een groot koloniaal leger bijeen te brengen. Wervers zwermden uit over heel Europa. De rekruten voor het koloniale leger gingen naar het werfdepot in Harderwijk, dat daardoor als spoedig de bijnaam ‘ riool van Europa’  kreeg. Dat is echter overdreven. Vaak zochten de wervers naar ervaren soldaten die al in eerdere oorlogen elders in Europa hadden gevochten. Zwitsers, vanouds huurlingen in buitenlandse legers, waren zeer gewild. In Nederland kwamen militairen vooral uit de grotere steden. Zij hadden gewoonlijk reeds als dienstplichtig militair gediend of kwamen uit het Nederlandse beroepsleger. Dat het koloniale leger het laatste redmiddel was voor wie maatschappelijk niet wilde deugen, is een hardnekkige fabel. Alleen wie geen strafblad had en langer was dan 1 meter 59 werd aangenomen. Mannen uit de maatschappelijke onderklassen kwamen daarom meestal niet in aanmerking. Zij hadden niet alleen vaak wat op hun kerfstok, maar waren vaak ook te slecht gevoed gedurende hun jeugd om de verlangde minimumlengte te halen.

Als er werd gevochten in Nederlands-Indië - en dat gebeurde met enige regelmaat – viel niet te volstaan met de aanvoer van militairen via wervers in Nederland. Dan werden in allerijl duizenden extra mannen geworven in het buitenland. De meesten van hen waren Duitsers, maar ook vertrokken er veel Belgen, Fransen, Zwitsers en Oost-Europeanen als soldaat naar Indië. Vandaar dat men vandaag de dag in Nederland vele Indische families met buitenlandse achternamen tegenkomt. Wie zijn tijd in de Indische kazernes en militaire expedities overleefde, keerde meestal weer terug naar Europa. Maar ongeveer 20 procent van de buitenlanders bleef na zijn diensttijd achter en bouwde in Indië een bestaan op. Een flink aantal maakte als militair bescheiden carrière en bracht het tot sergeant. Deze onderofficieren konden gewoonlijk behoorlijk lezen en schrijven. Zij konden daarom gemakkelijk terecht in de koloniale burgersamenleving. Vele voormalige soldaten van buitenlandse komaf vonden een baan in Indië, trouwden er en raakten op de Nederlandse cultuur  georiënteerd. Toen Indonesië in 1949 onafhankelijk werd, zijn praktisch alle Indische Nederlanders ongeacht hun Franse, Duitse of andere buitenlandse wortels naar Nederland gekomen.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM