Uitgebreid zoeken

Het onbekende begrip ruimte

Interview met Louise Ruiter-Cramer

Louise Ruiter heeft tot haar vierentwintigste in Amsterdam gewoond en altijd last gehad van de woningnood. Privacy en vrijheid heeft ze lange tijd niet gekend. Tot haar eenentwintigste woonde Louise bij haar ouders en met haar zusje in kleine woningen in Amsterdam. Daarna trok ze in bij haar echtgenoot, Henk de Bas. Dit zorgde voor redelijk wat spanningen, omdat alle voorzieningen werden gedeeld en veel mensen rekening met elkaar moesten houden. In 1966 werd met de geboorte van een eerste kindje de zolderkamer echt te klein. Familie De Bast besloot Amsterdam te verlaten en naar Vlissingen te verhuizen. Hier hadden zij op woongebied tal van mogelijkheden. Een flat met een balkon, een huis met tuin waar nog gerust iets aan gebouwd kon worden als er extra ruimte nodig was. In Vlissingen kon het allemaal. Uiteraard was de migratie voor Louise niet altijd makkelijk. Zo had zij haar familie en cultuur achtergelaten in Amsterdam. Vlissingen had misschien op cultureel gebied minder te bieden en de mensen waren minder ‘amicaal’ dan in Amsterdam, maar aan de andere kant kon Louise hier wel van het strand genieten. Een totaal onbekend begrip voor de ‘Amsterdamse Loes’ toentertijd. Nu wil ze niet meer terug. Vlissingen was snel haar nieuwe thuis geworden en is dat nog steeds.

Door: Merit Guldemond

Merit: ‘Merkte u dat er twee gezinnen boven u zaten?’

Louise: ‘Dat was een láwaai! Zij hadden zeventien kinderen. Die konden niet allemaal thuis wonen. Die waren allemaal ergens anders opgeslagen. Het was een héle ráre situatie. Verschrikkelijk. […] Nou, die buurman was wel eens dronken en dan kwam hij zijn vrouw achterna. Die was dus constant hoogzwanger. Ze was echt niet zo oud hoor en ze hadden al zeventien kinderen. Dat kan je je haast niet bedenken, maar ze was dus elk jaar zwanger. Op een gegeven moment werd ze de trap afgegooid en onze de huiskamer binnenrollen. Mijn ouders zaten toen in de slaapkamer. Die hadden toen net bezoek! Haha! En heeft het bezoek gezegd: ‘Ja, maar hier kunnen jullie niet blijven wonen, want dat is niet gezond.’ Dat was ook natuurlijk zo… Maar ja.’

Migratie

Louise: ‘ Ze zeiden: ‘ Nou, als je wil, dan kan je ook proberen te verhuizen.. Want daar zoeken we nog iemand en daar en daar.’ We mochten kiezen: Groningen, Friesland of Zééland. En toen kozen wij dus voor Zeeland. […] Wij wilden dus naar Vlissingen omdat daar een dienst was, waar wij in Amsterdam ook naartoe gingen. Ze wilden ons eigenlijk in Terneuzen hebben, maar dat zag ik dus echt niet zitten met die boot. Dan komt er helemaal geen familie meer, nooit. Haha.’

Merit: ‘ Maar waarom dan Zeeland? Was er in Groningen of Friesland geen dienst?’

Louise: ‘Ja, tuurlijk. In Groningen was ook een dienst. Maar je moet ook ergens naar toe gaan wat je trekt. Ik ben gek op de zee, ik ben gek op het strand. Ja, dat vond ik heerlijk. Dat vind ik nóg heerlijk.’

Merit: ‘Was er een mogelijkheid om te emigreren?’

Louise: ‘Ja, natúúrlijk! Er waren er best heel veel die dat deden.’

Merit: ‘Maar dat kost heel veel geld?’

Louise: ‘Nou, buiten dat. Je bent dan natuurlijk helemaal alles kwijt, hè? Want er ging geen familie mee. Nee.’

Merit: ‘Maar hoe reageerde uw omgeving in Amsterdam, uw familie erop, dat u vertrok?’

Louise: ‘Mijn vader zei: ‘Oh je bent binnen een half jaar weer terug.’ Ja, dat zei die. Ik denk nu, juist omdat ie dat gezegd heeft, was ik dat dus juist niet! Dat had ik wel, ik was wel heel koppig. Ik wilde er wel iets van maken. Dan moet je dus wel zeker weten hè, dat je het wil. Ja, dat heb ik nog wel hoor.’

Vlissingen

‘We kwamen in een huis met twee slaapkamers, drié slaapkamers. Nee, we hadden twee slaapkamers en een kamertje dat je met een glazen deuren open kon doen. Daar kon je ook nog zitten. Wij hadden daar de eethoek staan. We wisten niet wat we hadden! Echt! We hadden ook niets om erin te zetten hoor! We hadden niets. Ja, wat we hadden in Amsterdam. Ik had niet eens een kookstel! Ja, dan gebruikte ik het kampeersetje, haha! We zorgden dat we eerst wat geld hadden en daarna konden we wat dingetjes kopen. Op afbetaling kochten we een ijskast, want dat vond ik wel het minste dat je moest hebben met een baby. Dus een ijskast, die hebben we gekocht.’

Eigen kamer

‘Ik had nog nooit een eigen huis gehad. Althans niet zo’n groot huis. We waren mekaar ook effetjes kwijt, hahaha! Het leuke was, dat Marc een eigen kamer had. Die sliep natuurlijk ook vaak bij ons, in die zolderkamer in Amsterdam. We mochten hem ook wel eens bij de andere buren op de zolder zetten, dat vonden ze niet erg. Maar goed, dat deed je in de winter niet. Het was hartstikke koud! Maar goed, die sliep dus voor het eerst in die kamer, in zijn eigen kamer. Hij heeft nog nooit zo goed geslapen als daar. Hij huilde ook niet meer. Het is net alsof hij dat voelde dat ik rustig werd.’

 ‘We kregen dat andere huis. We kregen een tuin. Best een grote tuin hoor! Dat was heel fijn! Dat had ik dus níet verwacht toen we uit Amsterdam kwamen. Dat we zó’n huis zouden krijgen. En het strand vlakbij! […] Er kwam op een gegeven moment een oud mannetje aan de deur, die was van de woningbouwvereniging. Hij zei: “U wilde toch een eengezinswoning?” Hij had de sleutel bij zich. Wij gingen kijken op dat adres in de Abraham Kuyperstraat. Nummer 27. Ik rij er af en toe nog wel eens door. We kregen een eengezinswoning! Man! Met een tuin! Moet je je voorstellen. Dan kom je uit Amsterdam![…] Een tuin inrichten! Ik wist van gekkigheid niet hoe ik dat allemaal moest doen. Maar dan hielpen de buren. Ik had altijd snel contact. […] Onze buurman kon héél goed tuinieren, die hielp ons dan. Óóóh dat was zó fijn! Dat kun je je voorstellen! Wij waren ook de éérste in de familie die een huis hadden. Vanuit Amsterdam gingen ze ook allemaal in Noord-Holland wonen en zo. Maar toen had nog niemand een tuin. En bij ons konden ze allemaal in de tuin zitten.’

Louise ging niet terug naar Amsterdam. Ze wist haar draai te vinden in Vlissingen.

‘Ik heb er nooit spijt van gehad. Ik ga ook niet terug. Ik heb nooit.. Toen ik alleen kwam te staan omdat mijn eerste man overleed zeiden ze allemaal: “Nu ga je toch zeker wel terug naar Amsterdam?” Ik zeg: “Nou ik niet hoor, wat moest ik daar doen. Ik heb nu al m’n vrienden hier.” […]Ik heb nooit terug gewild! Nee, nooit terug gewild. Kijk als ik toen de mogelijkheid had gehad… Want nu zitten er heel veel Amsterdammers in Zaandam, Purmerend en weet ik het. Maar dat was in onze tijd nog niet. Misschien had ik het wel gedaan als ik toen nog in Amsterdam had gewoond. Dan hadden we wel naar een buitenwijk kunnen gaan, maar we woonden al hier. Het was dus helemaal niet meer nodig.’

Gemis

‘Wat ik héél erg gemist heb, is de cultuur. Ja, heel erg. Ik was gewend om elke maand minstens één keer naar een museum te gaan. Nou, daar stikt Amsterdam van! Het Rijksmuseum heb ik héél vaak bezocht! En ik wil er ook heel graag nu weer naar toe. […] Maar nu is het een uitje. Ja, je hebt hier wel een concertgebouw. Of eh, in Middelburg heb je de Schouwburg. Maar daar hadden wij geen geld voor, voor die kaartjes. Weet je, wij kwamen hier wonen en dan ben je gelijk op jezelf aangewezen. Met het geld dat je hebt, moet je het doen. En wij hadden niets! Dus je moest dat nog kopen, dat nog kopen. We hadden dus geen geld om dat soort dingen te doen en nou dat heb ik dus écht héél erg gemist. Kwam ook natuurlijk omdat je opnieuw moest beginnen.’


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM