Uitgebreid zoeken

Hongaren

Na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) kwamen ongeveer 150.000 Hongaarse kinderen voor een vakantie bij Nederlandse pleegouders terecht. Nationale hulporganisaties regelden de vakanties. De Hongaarse kinderen waren ondervoed en sterk verzwakt, vanwege de ellendige situatie in het land van herkomst. Hongarije was één van de verliezers van de oorlog en had veel grondgebied verloren aan buurlanden. Daardoor woonden Hongaren dicht op elkaar en was er onvoldoende eten. De ouders moedigden hun kinderen aan naar Nederland te gaan. Zoals Maria vertelde: "Mijn moeder zei: ’Ga jij maar mee. Het zal je goed doen, je krijgt nieuwe kleren en lekker eten en na drie maanden kom je weer thuis.’" Er kwamen vooral meisjes naar Nederland, omdat de voorkeur van Nederlandse pleegouders daarnaar uitging. Het kan overigens ook zijn dat Hongaarse ouders hun zoons liever thuishielden om te werken. Er kwamen kinderen van 4 jaar, maar ook van 19 jaar. De meesten waren tussen de 8 en 13 jaar oud. Een deel van hen, mogelijk zo’n 15.000, is nooit (definitief) teruggegaan en met een Nederlandse man getrouwd en daarmee Nederlander geworden.

Op 4 november 1956 viel de Sovjet-Unie Hongarije binnen. Het leger moest een eind maken aan massale demonstraties van opstandige Hongaren tegen het communistisch regime. Door het optreden van het Russische leger sloegen 225.000 Hongaren op de vlucht. De meeste vluchtelingen kwamen uit Boedapest. Het overgrote deel ging naar Oostenrijk. Een klein deel stak de grens met Joegoslavië over. Het Internationale Rode Kruis ving hen op in vluchtelingenkampen. De motieven om de grens over te steken waren niet uitsluitend van politieke aard. Hongarije was een arm land, en in het buitenland was veel meer werk te vinden en geld te verdienen. Het Hoge Commissariaat voor Vluchtelingen van de Verenigde Naties vroeg Nederland en andere landen om Hongaarse vluchtelingen op te nemen. Nederland liet daarop uiteindelijk 3300 Hongaarse vluchtelingen toe.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM