Uitgebreid zoeken

Indische verlofgangers

In de eerste helft van de 20e eeuw hadden Indische ambtenaren en werknemers in het koloniale bedrijfsleven eens in de zes jaar recht op een verlofperiode in Europa. Om vakantie te houden, maar ook om de banden met het vaderland aan te halen. De periode viel tevens te gebruiken om een opleiding te volgen. Dat had vaak een gunstig effect op de maatschappelijke carrière in het verre Indië. Het bewees dat een werknemer en zijn gezin tot de elite in de kolonie behoorden. En wie wilde dat nu niet? Het leven draaide om status en die verliep opwaarts na een verblijf in Europa. Mannen die op volwassen leeftijd naar Indië trokken - in de hoop op een glanzende loopbaan of een snel fortuin - gebruikten hun verlof dikwijls om een levenspartner te vinden. De echtgenoten op hun beurt zagen dan jarenlang uit naar een vakantie in Europa, om een langere tijd te kunnen doorbrengen in de vertrouwde thuissfeer. Het Indisch verlof was dus alleen al nodig om het heimwee van veel Nederlanders in Indië te stillen.

De periode van de reis per boot naar Europa stond in het teken van de ontspanning – en de luxe. Maar vóór vertrek uit Indië en na aankomst in het vaderland viel er van alles te regelen. Al vroeg waren er in Nederland verenigingen opgericht om het tijdelijke verblijf van de landgenoten uit de kolonie in goede banen te leiden. Tot de bekendste behoorden: ‘Oost en West’, het Katholiek Indisch Bureau en de Vereeniging voor Indische Verlofgangers. De laatste vereniging gaf zelfs een handboek uit en verstrekte rechtstreeks informatie over onderdak, kleding, meubels en belastingen. Ook gaf men wekelijks het blad De Indische Verlofganger uit. Veel mensen uit de kolonie waren de gang van zaken in Nederland ontwend – of er nooit eerder geweest – en vormden een ideale prooi voor oplichters. Zeker na de Eerste Wereldoorlog hadden de verlofgangers tijdens hun verblijf (van enige maanden tot soms zelfs een jaar) een aardig bedrag te besteden. Daar maakten allerlei figuren en instellingen misbruik van, wat de verenigingen voor verlofgangers juist probeerden te voorkomen.

In de jaren tussen de twee wereldoorlogen vestigden de meeste verlofgangers zich in de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Gelderland. Zij keerden in eerste instantie terug naar de plaatsen van waaruit zij ooit waren vertrokken. Een kwestie van familiebanden. Wat de steden betreft, sprongen Amsterdam, Rotterdam, maar bovenal Den Haag eruit. Die stad was gedurende het grootste deel van de 20e eeuw de meest Indische stad van Nederland. Van alle verlofgangers streek daar gemiddeld 30% neer. Op een gegeven moment ook gewoon omdat daar de meeste mensen met Indische connecties woonden – en tropische winkels, handelshuizen en het ministerie van Koloniën. Eenmaal in Nederland merkte menig verlofganger overigens zich er niet echt (meer) thuis te voelen. Men was gewend geraakt aan de Indische samenleving, met andere leefgewoonten, waarden en omgangsvormen. Dat veroorzaakte soms een gevoel van vervreemding, ook in contact met de Hollandse familie en vrienden. Om zulke cultuurschokken op te vangen waren verenigingen voor de gezelligheid opgericht, zoals de Indische Club, Eurasia en de Haagse sociëteiten. Daar was men onder gelijkgestemden, en kon men zowel Europees als Indisch zijn.

De verlofgangers in Nederland hadden een overwegend positief imago. Veel gemeenten deden hun best hen binnen hun grenzen te krijgen. Zij gingen er immers vanuit dat de gezinnen flink wat te besteden hadden. Dat beeld klopte overigens niet helemaal met de werkelijkheid. Uit advertenties in jaargangen van De Indische Verlofganger weten we, dat de vele verlofgangers uit alle lagen van de koloniale samenleving kwamen. Van eenvoudige militairen tot gefortuneerde plantagebezitters. Door dat idee van ‘bemiddelde landgenoten uit de Oost’ kreeg menig verlofganger het gevoel dat Hollanders alleen op hun geld uit waren. Als consument vormden zij een interessante doelgroep en dat merkten ze. De andere kant van de medaille was, dat sommigen zich nogal veeleisend opstelden. In de kolonie waren ze aan bedienden gewend geraakt en dat gedrag veranderde niet ineens na aankomst in Nederland. Ondanks zulke wederzijdse misverstanden, komt er ook uit de romanliteratuur een hoofdzakelijk positief beeld over de verlofganger naar voren. In menig Indisch verhaal gaat een man tijdens zijn verblijf op zoek naar een vrouw, wat allerlei complicaties tot gevolg heeft. Het huwelijk vond dan vaak plaats ‘met de handschoen’, dus in afwezigheid van de echtgenoot. De vrouw volgde haar man pas later naar de plek waar hij zich in Indië had gevestigd. Uit de romans treden verlofgangers naar voren als ‘vertrouwd’, maar toch ‘anders’. Zoiets als een tropische vrucht in de Nederlandse tuin.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM