Uitgebreid zoeken

Javanen in de polder

Het project ‘Javanen in de Nederlandse Polder’ is een initiatief van Stichting Comité Herdenking Javaanse Immigratie (STICHJI). Het wordt uitgevoerd met medewerking van het Centrum voor de Geschiedenis van Migranten (CGM), dat ondersteuning verleent bij de training van Spoorzoekers en bij het tentoonstellen van (een deel van) het verzamelde materiaal in het Historisch Beeldarchief Migranten en op deze website.


Het doel van het project is om de migratiegeschiedenis en het erfgoed van Javaanse Surinamers in Nederland vast te leggen en te bewaren voor toekomstige generaties. Met behulp van getrainde Spoorzoekers wordt in het kader van het project materiaal verzameld dat zowel in beeld (foto’s, film), documenten, als in verhalen een kijk bieden op de migratie, vestiging en integratie van Javaanse Surinamers in Nederland. Bij het spoorzoeken wordt aandacht gegeven aan zowel het materieel als het immaterieel erfgoed.


Het voornemen is om over een periode van 5 tot 6 jaar het project uit te voeren in alle plaatsen waar grote concentraties Javaanse Surinamers wonen. Dat zijn in Noord Nederland: Hoogezand Sappemeer, Delfzijl en Groningen; in Noord Brabant: Tilburg, Den Bosch, Sint Michielsgestel en in de Randstad: Amsterdam, Almere, Den Haag, Rotterdam en Utrecht. Als eerste locaties zijn Den Haag en Den Bosch gekozen, om daarna uit te breiden naar andere locaties. Het startsein voor de pilot is gegeven op 9 december 2012 en de uitvoering loopt tot september 2014.


Voor het beheren en bewaren van het verzamelde materiaal zoekt STICHJI de samenwerking met openbare archieven. Voor Noord Brabant is het Brabants Historisch Informatie Centrum bereid gevonden; voor Den Haag het Haags Gemeentearchief. Het spoorzoeken in Den Haag wordt mede mogelijk gemaakt door Fonds1818.


Informatie over het project, de resultaten evenals de vindplaats van het verzamelde materiaal zal worden bekend gemaakt via meerdere websites zoals het eerder genoemde online Historisch Beeldarchief Migranten, de websites van de partnerarchieven, de website van STICHJI, via www.javanenindiaspora.nl en op deze themapagina.


Op deze themapagina worden de resultaten van de zoektocht gepresenteerd, daarnaast vind je achtergrondinformatie over de geschiedenis van de Javaanse Surinamers. In het komende jaar zal er regelmatig nieuwe materiaal op deze site verschijnen.

Surinaamse Javanen in Nederland hebben een rijke culturele bagage. Binnen de eigen familie werd niet één, maar twee tot zelfs drie keer van land gewisseld. Tussen 1890 en 1939 verscheepten Nederlanders zo’n 33.000 Javanen van het huidige Indonesië naar Suriname met als doel om de plantage-economie nieuw leven in te blazen. Op de plantages namen de Surinaamse Javanen als contractarbeider de plek in van de slaven, die na de afschaffing van de slavernij in 1863 de plantages massaal hadden verlaten. Na afloop van hun vijfjarige contract ontwikkelden de meeste Javanen zich tot kleine landbouwers. Veel van hun kinderen en kleinkinderen trokken later naar de stad voor werk of studie.

Tot aan 1954 keerden circa 8.684 (26%) van de bijna 33.000 contractanten na hun contractperiode daadwerkelijk terug naar Indonesië. Over deze individuele repatrianten is niet veel bekend, dit in tegenstelling tot de georganiseerde groepsrepatriëring van circa duizend Javanen in 1954. Gefaciliteerd door de Indonesische autoriteiten kwamen zij terecht in West-Sumatra, in het plaatsje Tongar.

Ongeveer tegelijkertijd met de voorbereidingen van de repatriëring naar Indonesië, besloot een zestigtal Javanen vanuit Suriname naar het buurland Frans Guyana te vertrekken. Begin jaren zestig volgden er meer, evenals ten tijde van de Surinaamse binnenlandse oorlog in 1988 tussen het Surinaamse leger en de Junglecommando. Een aantal van hen is via Frans Guyana en Frankrijk uiteindelijk in Nederland terechtgekomen.

Aan de vooravond van de staatkundige onafhankelijkheid van Suriname in 1975 kwam een grote migratiestroom van Surinamers op gang richting Nederland. Ook de Javanen namen er aan deel. De verwarring en onzekerheid over de toekomst van Suriname was groot. Velen vreesden dat de etnische tegenstellingen tussen de Creolen en de Hindoestanen zouden verergeren en dat de Javanen het onderspit zouden delven. Politiek leider Salam Somohardjo eiste van Nederland garanties en beschermingsmaatregelen voor de Javanen en dreigde met duizenden van zijn aanhangers via Nederland naar Java terug te gaan wanneer de onafhankelijkheid van Suriname door zou gaan. Enkele dagen voor de onafhankelijkheid vertrok er een vliegtuig met aan boord 398 overwegend oudere Javanen. De reis naar Java werd niet gemaakt en ze bleven in Nederland. Het bleef bij deze ene georganiseerde vlucht. Tegen wil en dank werd het oud-seminarie Beekvliet in het Brabantse Sint Michielsgestel waar zij werden opgevangen, de eindbestemming van deze Javanen. Jaren later werd een verzorgingshuis gebouwd dat de naam ‘Nieuw Beekvliet’ meekreeg.

Vooral in de jaren 1974-1975 en de jaren daarna kwamen er duizenden Javanen naar Nederland en ontstonden er, mede door het Nederlandse spreidingsbeleid, een aantal concentraties van Javaanse Surinamers door het hele land. In het noorden van Nederland in Hoogezand-Sappemeer, Delfzijl en Groningen; in Noord Brabant in Tilburg, ‘s-Hertogenbosch en Sint Michielsgestel en in de grote steden Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht.

Velen van hen hadden weinig kennis van de Nederlandse taal en hadden nauwelijks onderwijs genoten. Het vinden van werk in het nieuwe land was dan ook niet altijd even makkelijk. De ervaring in voornamelijk de kleinschalige landbouw in Suriname bleek in Nederland niet veel waard te zijn. Uiteindelijk vonden velen een baan in de industriële sector, in de horeca, in de gemeentelijke vervoers-, plantsoenen- en reinigingsdiensten of in sociale werkplaatsen.         

Twijfelende achterblijvers en degenen die in eerste instantie nog hoop hadden op een betere toekomst in Suriname, vertrokken uiteindelijk alsnog naar Nederland toen het politiek-economische klimaat in Suriname na de coup van Desi Bouterse verslechterde. De trek uit Suriname duurde nog tot 1981. Na 1981 kregen alle in Suriname wonende Surinamers de Surinaamse nationaliteit en werden ze bij binnenkomst in Nederland als vreemdelingen behandeld.

In 2007 startte oral historian Yvette Kopijn en voorzitter van STICHJI Hariëtte Mingoen met het vastleggen van de verhalen en ervaringen van de alleroudste Javanen die ooit de overtocht van Java naar Suriname maakten. Hun rijke migratiegeschiedenis en de verwevenheid hiervan met de Nederlandse geschiedenis is een relatief onderbelichte thema gebleven binnen de Nederlandse geschiedschrijving. Het doel van het optekenen van de ervaringen en herinneringen van de alleroudste Javanen, inmiddels woonachtig in Nederland, was om middels deze levensverhalen de Javaanse Surinamers zichtbaarder te maken en de bijzondere geschiedenis toegankelijk te maken voor een breed publiek. ‘Het is een geschiedenis waar niet één keer, maar minstens twee keer en soms zelfs meerdere malen van land werd gewisseld’ zo laat het voorwoord weten van het boek Stille Passanten. Levensverhalen van Javaans-Surinaamse ouderen in Nederland, het resultaat van dit project. Stille Passanten bestaat uit negen levensverhalen die niet een indruk geven van het leven in Nederlands Indië, Suriname, Nederland en Indonesië. Daarnaast biedt het boek een kijk in het persoonlijke leven van de geportretteerde. Zo wordt laten zien hoe grote gebeurtenissen in de Nederlandse koloniale geschiedenis hun weerslag hebben gehad op het dagelijks leven van een persoon. Deze oudste Javanen werden zowel in woord als in beeld vastgelegd, dat laatste deed fotograaf Matt Soemopawiro.

Na het verschijnen van Stille Passanten was de belangstelling voor de migratiegeschiedenis van Javaanse –Surinamers en het Javaans erfgoed allerminst verdwenen. De vraag naar meer verhalen deed zich voor, uitgebreidere verhalen en verhalen van een andere generatie Javanen. Dit was in 2009 aanleiding voor STICHJI om aan een vervolgproject te beginnen. De insteek was opnieuw het verzamelen van levensverhalen van Javaanse-Surinamers in Nederland. Maar dit keer ging het om een jongere generatie. De levensverhalen zijn verzameld door verschillende interviewers die getraind werden in de oral history methode van interviewen door Kopijn. Het doel was om een jongere generatie kennis te laten maken en te interesseren voor het Javaans cultureel erfgoed in Nederland. Aangezien er in de geschiedenis van Javaanse Surinamers meerdere migratiestromen hebben plaatsgevonden en Javaanse Surinamers vooral zijn neergestreken in Suriname, Indonesië en Nederland, was de samenwerking met het Koninklijk Instituut voor Taal- Land- en Volkenkunde (KITLV) zeer welkom. Zo ontstond een drie landen project, waarbij STICHJI levensverhalen verzamelde van Javanen in Nederland. Lembaga Ilmu Pengetahuan Indonesia (LIPI) deed dat in Indonesië en Vereniging Herdenking Javaanse Immigratie (VHJI) in Suriname. In totaal werden er ongeveer 50 levensverhalen verzameld. De verhalen van twaalf geïnterviewden uit drie landen zijn geselecteerd voor het boek Migratie en Cultureel Erfgoed. Verhalen van Javanen in Suriname, Indonesië en Nederland, samengesteld door Lisa Djasmadi, Rosemarijn Hoefte en Hariëtte Mingoen. De overige interviews zijn beschikbaar via de website www.javanenindiaspora.nl. Op de website zijn tevens historische tekstfragmenten te lezen die een context bieden voor de verhalen. De interviews geven inzicht in de ervaringen van Javaanse Surinamers met migratie, vestiging en identiteit. Bovendien geven de verhalen weer hoe het Javaanse erfgoed zich op drie verschillende continenten heeft ontwikkeld. De lancering van Migratie en Cultureel Erfgoed en de website Javanen in Diaspora vond plaats in 2010, het jaar waarin werd gevierd en herdacht dat de eerste Javaan 120 jaar geleden aankwam in Suriname. 


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM