Uitgebreid zoeken

KNIL

In de 19de eeuw ronselde Nederland ruim 3.000 soldaten in de Goudkust, het huidige Ghana, voor het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) in de archipel. Tussen 1831 en 1872 waren al deze mannen in Nederlands-IndiĆ« gelegerd. Meer dan 450 bleven na hun diensttijd in de kolonie en kregen Indo-Afrikaanse nazaten. Zij werden officieel ingedeeld bij het Europese deel van de bewoners van de Nederlandse kolonie. Tijdens en na de dekolonisatie vertrok het grootste deel van hen naar Nederland, net zoals de alle andere ' Europeanen'  of daarmee gelijkgestelden die een Nederlands paspoort hadden. Sommigen van hen migreerden later verder naar de Verenigde Staten.

Interview met meneer Keller

George Wilhelm Keller is geboren in 1928 in Sawah-Loento, een mijnbouwstadje in het Barisangebergte op West-Sumatra. In 1946 meldde hij zich op 18-jarige leeftijd aan voor het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL). Bij de opheffing van het KNIL in 1950 werd meneer Keller overgeplaatst naar de Koninklijke Landmacht (KL). Hij vertrok als soldaat naar Nieuw-Guinea, met in zijn achterhoofd daar een bestaan op te bouwen als kolonist. In 1951 gaf hij zich vrijwillig op om in Korea te vechten, waar hij zwaar gewond raakte. Hij is vervolgens weer teruggekeerd naar Nieuw-Guinea. Daar stuurde in 1955 een commandant hem naar Nederland toe om een graad te behalen. Meneer Keller stapte op het vliegtuig en in de komende jaren behaalde hij hogere rangen op de kaderschool in Nederland. In 1962 keerde hij terug naar Nieuw-Guinea, maar dit keer om te vechten. Nederland verloor de strijd en moest zijn kolonie afstaan aan Indonesiƫ. De thuislandsdroom van meneer Keller was verwoest en hij keerde terug naar Nederland. In 1983 ging hij met pensioen.

In het verhaal van meneer Keller staan zijn militaire dienst, zijn kolonistenleven in Nieuw-Guinea en zijn migratie naar Nederland centraal.

Door: Judith Calkhoven


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM