Uitgebreid zoeken

Omgaan met verschillen

Docenten kunnen bij Spoorzoekersprojecten te maken krijgen met drie soorten verschillen:

1. niveau;
2. culturele verschillen;
3. leerlingen met problemen in het autistisch spectrum.

Spoorzoekersprojecten zijn in principe geschikt voor alle niveaus van het VO. Leerlingen in de lagere klassen en met lagere niveaus hebben vaak baat bij meer structuur, bijvoorbeeld door:

  • Het opknippen in heldere deeltaken met tussentijdse feedback
  • Samenwerken met bijvoorbeeld Nederlands
  • Oefenen met het zoeken en contact leggen met ’hun’ migrant en kennismakingsgesprekken
  • Oefenen met het stellen van open en gesloten vragen in de klas aan de hand van foto’s uit vorige projecten [Zie bijvoorbeeld de projecten van het Cartesiuslyceum Amsterdam en van het Stedelijk Gymnasium Schiedam in de map ‘Materiaal docenten’]
  • Suggesties voor interviewvragen [Zie bijvoorbeeld Bijlage 3 van het project van het Da Vincicollege in Leiden in de map ‘Materiaal docenten’]
  • ‘Formulieren’ waarin de structuur van het verslag al is verwerkt.

Bij het werken in groepjes kan de docent overwegen om leerlingen met elkaar te laten samenwerken die verschillen in sterke punten: communicatie, planning en organisatie,  creativiteit, opzoeken van historische contexten, verslag maken en presenteren etc.

De rubrics zijn bruikbaar voor elk niveau. Daardoor kunnen prestaties van leerlingen die boven het verwachte niveau presteren óók zichtbaar worden. De normering moet natuurlijk wel passen bij het niveau. Ook kan het handig zijn om het taalgebruik aan te passen. Zie voor meer informatie het onderdeel - Beoordelen voor voorbeelden van rubrics en normering. 

De culturele diversiteit in onze schoolklassen neemt toe. Literatuur over de relevantie van het schoolvak geschiedenis laat zien dat er een relatie is tussen relevantie en identiteit. Geschiedenis heeft ook een identiteitsvormende functie, niet alleen nu en in Nederland, maar al sinds de invoering van het schoolvak in de 19e eeuw en overal in de wereld om ons heen. Als er geen  aandacht is voor identiteit en zaken die voor de leerlingen van groot belang zijn, wordt geschiedenis zinloos, zo betoogt de vakdidactisch onderzoeker Keith Barton. Hij onderzocht samen met Alan McCully de effecten van geschiedenisonderwijs in Noord-Ierland dat na de burgeroorlog -vanaf eind jaren negentig- was gericht op ‘mutual understanding’: op school leerden protestantse en katholieke kinderen bijvoorbeeld door middel van rollenspellen hoe elke partij vanuit verschillende visies op het verleden de geschiedenis gebruikte om de andere partij zwart te maken en zichzelf als slachtoffer te zien of het eigen gelijk te halen. Leerlingen werd geleerd om kritisch te kijken naar die verhalen. Uit dit en ander onderzoek (bijvoorbeeld in de voormalige Sovjetstaten in het Baltische gebied) blijkt dat in het dagelijks leven de geschiedenislessen van thuis sterker zijn dan die van school, wanneer in een ideologisch verdeelde of multiculturele samenleving op school anders over het verleden wordt gepraat dan thuis en wanneer er op school weinig wordt gedaan met die verhalen van thuis. Dit is een van de verklaringen waarom veel docenten geschiedenis in Nederland zich zorgen maken over de sterk eurocentrische keuzes in het huidige curriculum vinden en waarom in discussies over curriculumherziening het verlangen voor meer ruimte voor ‘wereldgeschiedenis’ telkens opduikt.

Onderzoek van Geerte Savenije wijst uit dat de relatie tussen identiteit en omgaan met het verleden complex is, dat verschillende identiteiten daarbij een rol kunnen spelen en dat leerlingen in interactie met elkaar interessante dingen kunnen laten zien.

 Spoorzoekersprojecten komen voort uit deze inzichten: door aandacht te besteden aan verhalen uit de eigen familie of omgeving wordt een verband gelegd tussen de grote geschiedverhalen over migratie en veranderingen in onze samenleving en de familiegeschiedenissen in de klas. Diversiteit wordt zichtbaar gemaakt. Door te vergelijken is er niet alleen aandacht voor verschillen, maar ook voor overeenkomsten, bijvoorbeeld tussen het verhaal van de oma die als 10-jarig meisje van Scheveningen verhuisde naar het Laakkwartier en die zich evenzeer buitenstaander voelde als de tante uit Portugal die verliefd werd en trouwde met een ‘Hagenees’.

 Niettemin kan het voorkomen dat er gevoelige onderwerpen aan de orde komen. Hoe haal je dan de ‘angel uit je les’? Dan helpt het als je je als docent bewust bent van de verschillende posities die je kunt innemen en de verschillende keuzes die je hebt in het bespreekbaar maken. De Stichting School en Veiligheid biedt een praktisch hulpmiddel in de handzame (gratis online) handleiding Je hebt makkelijk praten. Het begeleiden van gesprekken over maatschappelijk gevoelige onderwerpen in de klas van dr. Hester Radstake. 

 

Tot  nu toe hebben ook leerlingen met (lichte) stoornissen in het autistisch spectrum ASS de projecten kunnen doen. Sommigen verrasten zelfs, tegen aanvankelijke verwachtingen van docenten in. Ook hier kunnen het geven van structuur helpen, evenals het op de hoogte brengen van ouders.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM