Uitgebreid zoeken

Poolse migranten 1990-heden

Al jaren vormen Polen de snelst groeiende migrantengroep in Nederland. Maar over de mensen achter de getallen weten we nog maar weinig. In talloze sectoren van de arbeidsmarkt zijn zij hard nodig en vinden zij ook gemakkelijk werk. Maar er doen toch ook al de nodige negatieve ideeën de ronde, vooral dat zij veel overlast zouden bezorgen door dronkenschap. Intussen kennen we allemaal het beeld van de man die ’s morgens vroeg met zijn kameraden uit een busje stapt en een oud huis in een stadswijk binnengaat. Tot in de late uren zijn zij daar bezig om de boel op te knappen. Dan zijn er de mannen die zich dag in, dag uit in het zweet werken in de tuinbouw. Maar er zijn ook genoeg vrouwen naar Nederland gekomen om een baan in de dienstensector aan te nemen. Ook heeft menigeen de overstap naar Nederland gewaagd voor een geliefde. Het is dus niet zo vreemd dat er in menige stadswijk steeds vaker Poolse winkels opduiken. Meer middenstanders spelen trouwens op de nieuwe klandizie in met etenswaren uit Oost-Europa. Veel van die eigen winkels bieden niet alleen een ruim aanbod van lokale producten uit het thuisland. Ze zijn ook uitgegroeid tot een informele ontmoetingsplek voor landgenoten in de regio. De variëteit aan nieuwkomers uit Polen is intussen enorm. Alleen weten we nauwelijks wie zij precies zijn en hoe zij hun plek vinden in Nederland. 

De aanwezigheid van Polen in Nederland valt niet los te zien van de ontwikkelingen in de Europese Unie. Sinds 2004 kunnen Polen vrij door Europa reizen. Wel hadden ze de eerste tijd nog een vergunning nodig om in Nederland aan de slag te kunnen. Na drie jaar verviel die verplichting. Van illegaal in Nederland werken, zoals daarvoor, is niet langer sprake. In 1990 ging het om een aantal van 16.700 Polen, d.w.z. de eerste en tweede generatie bij elkaar opgeteld. Dit aantal was in 1996 opgelopen tot 25.125 en in 2010 hadden 77.178 Polen zich officieel in een Nederlandse gemeente ingeschreven. In deze laatste periode van vijftien jaar kwamen er jaarlijks meer Poolse vrouwen naar Nederland dan mannen.

 

Al vanaf het einde van de Eerste Wereldoorlog probeerde de Poolse staat om haar onderdanen in het buitenland aan zich te binden. Door het financieren van scholen en culturele organisaties stimuleerde zij het behoud van de Poolse taal, cultuur en identiteit. In de loop van de jaren dertig waren er in Limburg niet minder dan 45 Poolse organisaties actief. Zangclubs, theatergezelschappen, turnverenigingen en katholieke verenigingen, maar ook taalcursussen voor de jeugd. De Poolse staat en de nationale katholieke kerk zorgden voor de nodige financiële ondersteuning. Die trend van een uitdijend netwerk van eigen ‘etnische’ organisaties valt te herkennen in het hedendaagse patroon van Polen in Nederland. Met delicatessenwinkels, bars, bakkers, tijdschriften in de eigen taal met informatie over Poolse dokters, tandartsen en oogartsen in de stad (en omgeving). Maar er worden ook goed bezochte Poolse kerkdiensten gehouden en er zijn migrantenhotels, waar men zich in de vrije uren kan vermaken met dans en muziek. De katholieke parochies met al hun rituelen fungeren als een sociaal bindmiddel. Maar in de Domstad hebben vrijwilligers begin jaren negentig ook een Poolse school opgericht voor belangstellenden in de regio Utrecht. Een soortgelijk initiatief bestaat in Den Haag. In Rotterdam bestaat er, naast de Poolse kerkparochie, sinds augustus 2007 een Nederlands-Pools Centrum voor Cultuur en Educatie. De meest actieve en tevens overkoepelende organisatie van Poolse experts in Nederland is STEP, opgericht in 1991. Zij organiseert allerlei evenementen en verspreidt informatie via het webportaal www.polonia.nl.

 

Gaan Polen zich in Nederland vestigen of zijn zij tijdelijke migranten? Die vraag houdt menigeen bezig. Als ze zich vestigen, moeten ze namelijk voldoen aan de eisen van het inburgeren. Wanneer ze weer vertrekken, dient er een heel ander beleid te komen. Dat leidt tot de vraag of de Polen van de laatste twintig jaar in de Nederlandse traditie van seizoensarbeiders passen. Dat wil zeggen, mensen die een deel van het jaar ergens werken om dan weer terug te keren naar huis. Of dat zij gewoon arbeidsmigranten zijn die zich op den duur vanzelf in Nederland zullen vestigen. Gaat het om een nieuw soort Europeanen die vrijelijk over internationale grenzen heen bewegen, zonder ergens voorgoed neer te strijken? Hiervoor is zelfs een nieuwe term bedacht: vloeibare migratie. In dat geval hoeven overheden geen apart beleid voor de lange termijn te ontwikkelen. Het kan echter ook gaan zoals het door de eeuwen heen eigenlijk altijd is gegaan. In dat geval zal tweederde van de Polen die zich in Nederland bij een gemeente hebben ingeschreven, op enig moment besluiten te blijven. Wie er de Polen zelf naar vraagt, krijgt vooral te horen dat de meeste van hen op den duur teruggaan. Net als de Spaanse gastarbeiders destijds, die het vaderland ook weer opzochten toen de politieke situatie daar was verbeterd. Bovendien is er binnen Europa nog nooit zoveel vrij verkeer tussen naties mogelijk geweest. Hoe de toekomst zal uitpakken, valt niet te voorspellen. Voorlopig is de Nederlandse samenleving volop gebaat bij hun aanwezigheid. 


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM