Uitgebreid zoeken

Spaanse arbeiders 50 jaar in Nederland

Vanaf de jaren '50 kwamen de eerste gastarbeiders uit Spanje naar Nederland. De Spaanse migranten kwamen vanwege economische redenen maar bij een flink aantal speelde ook politieke redenen een rol. De meesten gingen naar Frankrijk, maar spoedig waren zij ook in Nederland te vinden. Daar werden zij vooral door grote bedrijven geworven, zoals Hoogovens vanaf 1958, in de mijnen, bij Philips Eindhoven, de Twentse textielindustrie, in de Rotterdamse havens en bij de Demka in Utrecht. Deze webtentoonstelling is samengesteld door prof. dr. Jan Lucassen.

Oproep
In 2011 is het vijftig jaar geleden dat Spaanse en de Nederlandse overheid een wervingsovereenkomst sloten. Om dit jubileum te vieren, presenteren de migrantenorganisaties Lize en FAEEH, en het Centrum voor de Geschiedenis van Migranten, een tentoonstelling en een boek met de titel Mi casa es su casa. Vijftig jaar Spanjaarden in Nederland.

Heb je zelf oude foto’s of verhalen over het leven van Spanjaarden in Nederland, voeg deze dan toe aan onze website.

Om materiaal te kunnen toevoegen of te kunnen reageren op verhalen, foto's en filmfragmenten van anderen is een account nodig. Ga naar aanmelden om je te registreren of lees eerst de spelregels.

Info boekpresentatie

In de jaren ‘50 hadden Spanjaarden twee redenen om massaal te emigreren, op legale of illegale wijze. Ten eerste vertrokken veel Spanjaarden, op legale of illegale wijze, door de rechtse dictatuur van Franco. Franco’s dictatorschap duurde van 1939 tot 1975. Een tweede reden was de armoede die in Spanje heerste. En dan vooral op het platteland. Deze armoede hing nauw samen met de politieke situatie.

Traditioneel emigreerden Spanjaarden die het economisch beter wilden hebben naar Latijns Amerika. Deze bestemming was tot in de jaren ‘50 dan ook belangrijker dan West-Europa. De vluchtelingen van 1939 en daarna gingen ook massaal overzee. Maar ook een belangrijk deel kwam in Zuid-Frankrijk terecht met Toulouse als centrum.

In Spanje had Franco met zijn fascistische Falange-beweging zich stevig gevestigd. Hij werd actief gesteund door de Rooms-katholieke kerk. In de context van van de Koude Oorlog streed Spanje ook tegen het communisme. Er werden vier belangrijke Amerikaanse militaire bases in Spanje gevestigd. In feite was deze dictatuur hiermee een soort lid van de NATO. Op het einde van zijn regime probeerde Franco zijn steeds minder populaire  bewind te redden. Onder meer door prins Juan-Carlos als zijn opvolger aan te wijzen. Dat kon omdat de monarchie nooit officieel was afgeschaft. De prins kreeg inderdaad de macht na de dood van de dictator in 1975, maar het pakte anders uit dan voorzien. Spanje werd namelijk snel een democratie in de vorm van een constitutionele monarchie. Tien jaar later sloot het land zich aan bij de EEG.

Toen in de jaren ‘50 verschillende West-Europese landen op zoek waren naar tijdelijke arbeiders, waren vele Spanjaarden bereid naar deze landen te vertrekken. Zij hadden economische, ideologische of politieke redenen of alle drie. De meesten gingen naar Frankrijk, maar spoedig waren zij ook in Nederland te vinden. Daar werden zij vooral door grote bedrijven geworven, zoals Hoogovens vanaf 1958, in de mijnen, bij Philips Eindhoven, de Twentse textielindustrie, in de Rotterdamse havens en bij de Demka in Utrecht. Zij woonden dus vooral in de grote steden, werkten in de grootindustrie en kwamen daarom snel in aanraking met de vakbonden. Tot midden jaren ‘60 vormden zij de grootste groep gastarbeiders in Nederland, om daarna overvleugeld te worden door Marokkanen en Turken. In 1974 bereikten de Spanjaarden hun hoogste aantal in Nederland: 32.000 personen. Intussen waren dit niet meer alleen mannen, maar nu ook al vrouwen en kinderen: de gezinshereniging was op gang gekomen.

De Oliecrisis van 1973 had een dubbel effect op de Spanjaarden in Nederland. Om hun rechten in Nederland niet te verliezen, lieten velen hun gezinnen overkomen. Maar met de democratisering en economische ontwikkeling van Spanje besloot later toch ook een aanzienlijk aantal te remigreren. In 1995 was van de in de periode 1964-1973 geregistreerde Spaanse gastarbeiders al 85% teruggekeerd. Na 1980 stabiliseerde het aantal Spanjaarden zich in Nederland. Als EU-burgers hebben zij en hun nakomelingen alle vrijheid zich hier of daar te vestigen. Wel groeide daarna nog het aantal Spaanstaligen in Nederland door de komst van vluchtelingen uit Latijns-Amerika.

De omwenteling in Spanje in de jaren '75-'80 had grote gevolgen voor het politieke leven van de Spanjaarden in West-Europa en in Nederland. Activisten, zoals vakbondsman Lino Calle werden niet langer tegengewerkt door de Spaanse, maar soms ook de Nederlandse overheid. De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns was een bewonderaar van Franco. Ironisch genoeg betekende de democratiseringsproces in Spanje dat vanaf de jaren '80 de Spaanse activisten in Nederland politiek minder actief werden.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM