Uitgebreid zoeken

Wat is een Spoorzoekersproject

Met Jonge Spoorzoekers doen leerlingen historisch onderzoek naar de geschiedenis van mensen met een migratieverleden in hun eigen omgeving. Aan de hand van privéfoto's bevragen de leerlingen iemand uit hun familie- of kennissenkring over wat migratie voor hun dagelijks leven betekende. Zij plaatsen dit in een ruimere historische context en presenteren dit aan elkaar en/of de buitenwereld.

In Spoorzoekersprojecten gebruiken leerlingen oral history voor het zoeken naar sporen (verhalen) over migratie in 
hun eigen familie of omgeving onderzoeken leerlingen de impact op het leven van de geïnterviewde aan de hand van 
foto’s over het dagelijks leven 
proberen leerlingen deze verhalen te plaatsen in een ruimere historische context (van het 
land van herkomst in de tijd van vertrek en Nederland in de tijd van aankomst) 
presenteren en delen leerlingen hun werk in de klas, op school en/of in het lokale 
archief en/of op internet.

Spoorzoekersprojecten zijn ontwikkeld en uitgevoerd tussen 2014 en 2017 door docenten van verschillende scholen voor voortgezet onderwijs voor VMBO, HAVO en VWO, van brugklasproject tot en met profielwerkstuk. Het zijn boeiende en leerzame projecten, die raken aan veel van wat met met algemeen vormend (geschiedenis)onderwijs willen.

“Ik heb verhalen gehoord van mijn vader, die hij mij nog nooit eerder had verteld. Ik wist niet dat hij vroeger zo ondernemend en vrolijk was”.

“Mijn oma is trots op haarzelf en op mij, omdat ik haar leven als pionier in de Noordoostpolder heb vastgelegd.”

“Dit is het vetste dat ik ooit voor school heb gedaan”. 

De Spoorzoekersprojecten zijn uitgevoerd in VMBO-t, HAVO en VWO, van klas 1 tot en met 6. In de eindexamenklassen van HAVO en VWO zijn ze vooral geschikt als profielwerkstuk.

Natuurlijk vergt elk niveau een eigen benadering. Naarmate de leerlingen meer kennis hebben en meer kunnen, hebben ze minder steun nodig en kunnen er hogere eisen worden gesteld aan de complexiteit, omvang en kwaliteit.

Spoorzoekersprojecten streven naar diverse doelen:

  • Vergroten van kennis van migratiegeschiedenis bij leerlingen. Leerlingen zien dat migratie een belangrijk onderdeel is van het menselijk bestaan, toen en nu.
  • Verbeteren van de kwaliteit van historisch denken en redeneren bij leerlingen
  • Verbinden van de geschiedenis van de eigen omgeving met de ‘grote’ geschiedenis door het onderzoeken en documenteren van persoonlijke verhalen.
  • Het democratiseren van erfgoed door leerlingen foto’s en verhalen te laten verzamelen, ten toon te stellen of over te dragen aan het archief: erfgoed is dynamisch.
  • Verbinden van mensen: leerlingen – families – klasgenoten – docenten - wijkbewoners – archieven etc.

Migratiegeschiedenis

Migratie is een belangrijk fenomeen binnen de geschiedenis. Toch is in het onderwijs slechts beperkte aandacht voor dit onderwerp. In schoolboeken, musea en archieven wordt migratie veelal gepresenteerd in de context van de nationale geschiedenis. In dit nationale narratief zijn begrippen als gastvrijheid, tolerantie en ondernemingszin belangrijke begrippen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er veel nadruk ligt op vluchtelingen in de 17de eeuw en migratie als grootschalig fenomeen pas in de 20ste eeuw wordt geïntroduceerd. Daarbij ligt de nadruk vaak sterk op migratie als probleem: dekolonisatie, integratieproblematiek van (voormalig) gastarbeiders, de huidige instroom van vluchtelingen en oorlog in de wereld. Leerlingen zouden bijna vergeten dat het de constante factor in de geschiedenis is.

Wereldgeschiedenis in de klas

Veel docenten vinden het huidige curriculum te eurocentrisch en voor leerlingen vaak ‘te ver van hun bed’. Door te kijken naar de verschillende migratieverhalen in de klas of in een tentoonstelling op school, krijgen leerlingen een rijk beeld van de geschiedenis van migratie en migranten en van Nederland en de herkomstlanden in de laatste halve eeuw.

Oral history

In Spoorzoekersprojecten komen leerlingen in aanraking met een bijzonder vorm van geschiedenis: oral history.  Het gaat daarbij niet alleen om weergeven van wat er wordt verteld, maar ook om aandachtig luisteren, selecteren, verbanden leggen, vergelijken met andere bronnen. Het gaat niet alleen om de feiten, maar ook om het verhaal dat de feiten verbindt en om de manier waarop dat verhaal wordt verteld en de betekenis die daaraan wordt gegeven. En om de betekenis die deze verhalen voor ons (leerlingen, docenten, ouders, migranten) hebben.

Dynamisch erfgoed

In zijn afscheidsrede betoogde de historicus Willem Frijhoff dat cultureel erfgoed ons helpt bij identiteitsvorming. Daardoor is dit niet alleen iets van het verleden, maar cultuur ván en vóór de toekomst. Cultureel erfgoed is ook niet alleen iets van de elite en voor eeuwig onveranderlijk, maar dynamisch[1]. Frijhoff schenkt in dit verhaal vooral aandacht aan de rol van historici. Zijn notie van dynamisch erfgoed is juist ook interessant voor het onderwijs. De maatschappelijke dynamiek zit in onze klassen. In Spoorzoekersprojecten kunnen we leerlingen laten nadenken over erfgoed en identiteit. Wanneer de verhalen en foto’s van migranten worden tentoongesteld of aangeboden aan het archief, werken de leerlingen zelf mee aan het maken van erfgoed en merken geïnterviewden dat deze verhalen ‘ertoe doen’.

Inleven in anderen in een verdeelde samenleving

Lange tijd gingen docenten ervan uit dat aandacht voor multiperspectiviteit kan bijdragen aan het vermogen van leerlingen om te zich in anderen te verplaatsen. Uit onderzoek in onder meer Noord-Ierland bleek dat in een samenleving met tegenstrijdige visies op het verleden ‘neutraal’ geschiedenisonderwijs dat met de beste bedoelingen leerlingen leert over multiperspectiviteit niet het gewenste effect heeft. Dat lukt wel bij geschiedenis over neutrale onderwerpen, maar niet bij gevoelige onderwerpen. Wanneer de verhalen van thuis (van de eigen groep) afwijken van die op school, zien leerlingen wel de eenzijdigheid in de benadering van de ander, maar nauwelijks bij zichzelf. Barton en McCully:  ‘Instead of simply presenting a balanced history curriculum, educators might better develop students empathy and understanding by trying to motivate them to engage deeply with others’ pasts as well as their own. This might be accomplished by greater attention to the owner of stories. Telling stories – (..) listening to the stories of others – plays a pivotal role in (..) empathic engagement’.[2]


[1] Frijhoff, W. (2007). Dynamisch erfgoed.

[2] Barton, Keith C., & McCully, Alan W. (2012). Trying to "See Things Differently": Northern Ireland Students' Struggle to Understand Alternative Historical Perspectives. Theory and Research in Social Education, 40(4), 371-408

Spoorzoekersprojecten kunnen variëren van enkele lessen tot een serie van acht of meer lessen, verspreid over een aantal weken. Ze kunnen ook onderdeel zijn van bijvoorbeeld culturele dagen, projectweken en zijn geschikt als vakoverstijgend project naast de gewone lessen. Verdere uitleg over het organiseren van Spoorzoekersprojecten vindt u in het hoofdstuk 'Hoe zet ik een Spoorzoekersprject op' van deze handleiding. Voorbeelden van projecten zijn te vinden in de map ‘Materiaal docenten’. 

Spoorzoekersprojecten passen zowel in de onderbouw als in de bovenbouw en lenen zich uitstekend voor vakoverstijgend samenwerken tussen vakken als geschiedenis, aardrijkskunde, maatschappijleer, levensbeschouwing, Nederlands en kunstvakken. Daarbij lijken het bij uitstek projecten die passen bij de intenties van de adviezen voor curriculumherziening uit 2016 door OnsOnderwijs 2032 (volledig rapport) en de te verwachten uitwerkingen daarvan door curriculum.nu.

In Spoorzoekersprojecten kunnen veel verschillende typen leerdoelen aan de orde komen.

  • Historische kennis van
    • Nederland in de tijden van diverse binnenlandse migratie of dat (verschillende) migranten aankwamen of vertrokken;
    • landen en gebieden buiten Nederland of delen van Nederland waar emigranten naar vertrokken of vanwaar immigranten kwamen;
    • migratie: stromen, aantallen, motieven en push-en pull factoren.

  • Historisch denken en redeneren 
    • Informatie verzamelen en ordenen
    • Vragen stellen (en luisteren en doorvragen) en contextualiseren
    • Omgaan met ooggetuigen als bron
    • Continuïteit en verandering
    • Oorzaken en gevolgen
    • Interpretatie en standplaatsgebondenheid
    • Vergelijken: overeenkomsten en verschillen
    • Contextualiseren: de verhalen in de context zetten van plaats en tijd van vertrek en plaats en tijd van aankomst
    • Betekenis geven      
  • Vakoverstijgende vaardigheden:
    • Sociale vaardigheden als samenwerken en afspraken maken met de geïnterviewde en deze nakomen
    • Schrijven en presenteren

  • Feedback ontvangen en geven
Bijlage: Hieronder vindt u meer informatie over de kerndoelen basisvorming en het examenprogramma voor de bovenbouw waarbij Spoorzoekersprojecten passen (PDF).

MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM