Uitgebreid zoeken

Winnaars en verliezers

Sinds de jaren negentig zijn migratie en integratie niet meer weg te denken uit het publieke debat. De politieke polarisatie tussen voor- en tegenstanders van immigratie en multiculturaliteit is zelfs zo hoog opgelopen dat er vervaarlijke scheuren in de samenleving zichtbaar worden. In dit debat lijken meningen belangrijker dan feiten en worden historische parallellen te pas en te onpas ingezet om de toekomst te voorspellen. Nuchterheid en kennis worden node gemist als we de balans willen opmaken wat immigranten de Nederlandse samenleving hebben gebracht.
In het boek Winnaars en verliezers gaan Leo en Jan Lucassen systematisch na hoe de immigratie in verschillende periodes moet worden verklaard en wat de effecten ervan zijn op de korte en de lange termijn. Zij doen dit aan de hand van de begrippen winst en verlies, zowel ‘berekend’ voor de migranten zelf als voor de ontvangende samenleving. Op die manier ontstaat een evenwichtiger oordeel over de betekenis van immigratie voor de Nederlandse samenleving in heden en verleden.

Leo Lucassen (1959) is hoogleraar sociale geschiedenis aan de Universiteit van Leiden. Jan Lucassen (1947) is senior medewerker verbonden aan het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (iisg) en bijzonder hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Samen publiceerden zij onder meer de bundels Migration, Migration History, History (1997) en Migration History in World History (2010). Beiden waren actief betrokken bij de realisatie van deze website.

Blijf op de hoogte
Op deze plek zullen we relevante nieuwsberichten, recensies en activiteiten rondom de publicatie van het boek plaatsen (onder het kopje 'Links, boeken en artikelen'). Daarnaast vindt u hier de afbeeldingen die ook in het boek zijn weergegeven. De bijschriften bij deze afbeeldingen geven een korte samenvatting van het boek.

Hieronder volgt een samenvatting van het boek. De teksten horen bij het afbeeldingenkatern in het boek maar zijn ook los te lezen.

Nederland lijkt te worden overspoeld door moslims en velen menen op dit moment dat de integratie van met name Turken, Marokkanen en Antillianen is mislukt.

Maar we kennen evengoed veel succesvolle immigranten en allochtonen.

Vanaf de jaren 1980 neemt het onbehagen over de ‘verkleuring’ van de grote steden toe. Het wordt voor het eerst met enig succes gemobiliseerd door de Centrumdemocraten van Hans Janmaat (1934-2002) en vervolgens door de bewegingen van Pim Fortuyn en Geert Wilders.

In de jaren 1970 en 1980 kwamen grote groepen Surinamers naar Nederland. Daarbij ging het om afstammelingen van slaven en van voormalige contractarbeiders uit India en Java.

In diezelfde tijd kwam de gezinshereniging van de gastarbeiders op gang. De grootschalige immigratie vanuit Suriname, Turkije en Marokko was ongunstig getimed door de gelijktijdige economische recessie en zeer hoge werkloosheid onder immigranten. Integratie via werk werd voor hen zo erg moeilijk.

Na de oorlog was Nederland volgens politici overbevolkt en daarom werd emigratie gepropageerd. Tegelijkertijd zorgde de dekolonisatie van Indonesië voor de komst van grote groepen Nederlanders uit de voormalige kolonie. Ondanks hun afwijkende uiterlijk hadden zij het geluk te arriveren tijdens een ongekend lange periode van economische groei.

De spectaculaire economische groei vanaf het midden van de jaren 1950 leidde al snel tot nijpende tekorten in de metaal, textiel en de mijnen. Onder druk van het bedrijfsleven besloot de overheid gastarbeiders te gaan werven. Het argument van de overbevolking werd gepareerd door de veronderstelling dat deze immigratie slechts tijdelijk zou zijn.

In de eeuw vóór de grote immigraties van repatrianten en andere vluchtelingen uit de kolonies en gastarbeiders gevolgd door hun gezinnen kwam het Nederlands patriottisme tot volle wasdom. In deze periode van minieme immigratie (vergeleken met de tijd er voor en erna) kon het zelfs de kleine aantallen koloniale studenten begeesteren.

In het zuiden kwamen de eerste gastarbeiders naar de mijnstreek, waar zij zowel via het werk als via de kerk geïntegreerd werden. Gedurende de crisis van de jaren 1930 werden velen gedwongen het land weer te verlaten.

Hoewel het percentage buitenlandse arbeiders vóór de Tweede Wereldoorlog gering was, konden in sommige sectoren, zoals de scheepvaart en de vrije beroepen,concurrentieverhoudingen stevig opspelen. Vooral in tijden van crisis stonden sommige vakbonden op de bres van de Nederlandse arbeider.

Het dieptepunt van het Nederlands immigratiebeleid was het weren van vluchtelingen uit Duitsland door hen vanaf 15 december 1938 als groep ‘ongewenste vreemdelingen’ te bestempelen.

Zoals aan het einde van de twintigste eeuw, zij het nu twee eeuwen lang, was ook de Gouden Eeuw een tijd van grootschalige immigraties. De commerciële, politieke, culturele en wetenschappelijke elite van deze nieuwkomers droeg in belangrijke mate bij aan de totstandkoming van een nieuwe samenleving, de basis van het huidige Nederland.

Immigranten waren overal te vinden, in alle stedelijke beroepen, als seizoenarbeiders op het platteland, zelfs leger en vloot en dus de Nederlandse onafhankelijkheid, waren grotendeels van hen afhankelijk.

De meeste immigranten integreerden via werk, vooral wanneer zij het burgerschap verwierven en zo lid van een gilde konden worden.

Integratie na twee of meer generaties was weliswaar de regel, maar betekende niet noodzakelijkerwijs maatschappelijk succes, zoals bij de joden die tot 1796 bij wet van de meeste banen waren uitgesloten en grotendeels tot de armsten behoorden. Een deel van hen raakte vanaf de achttiende eeuw betrokken in de georganiseerde criminaliteit en vormden joodse bendes die zich specialiseerden in zakkenrollerij, overvallen en inbraken.

Maar immigranten konden ook mislukken. Dat blijkt niet alleen uit hun aandeel in de criminaliteit, maar blijkt ook uit de vaak geringe sociale mobiliteit, waardoor velen deel gingen uitmaken van het stedelijke proletariaat. Het etnische stigma verdween doorgaans na enkele generaties.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM