Uitgebreid zoeken

Zigeuners en woonwagenbewoners

Achter de term 'zigeuners' gaan veel verschillende groepen schuil. Ze hebben met elkaar gemeen dat ze met hun gezinnen rondtrokken, in tenten of woonwagens overnachtten en uit het buitenland kwamen. De eerste groepen die door Nederlandse overheden als 'zigeuner' werden betiteld, waren groepen ketellappers uit Hongarije die in het voorjaar van 1868 bij Oldenzaal de grens passeerden. In datzelfde jaar doken er gezinnen met bruine (dans)beren in Nederland op die eveneens als zigeuner werden aangemerkt. De autoriteiten gingen er van uit dat zigeuners bedelaars en armoedzaaiers waren en probeerden hen daarom zo veel mogelijk uit Nederland te weren. Omstreeks 1900 kwam er een derde groep naar Nederland: paardenhandelaren die met woonwagens Noorwegen hadden verlaten en waarschijnlijk oorspronkelijk uit Hongarije kwamen. Pas in de jaren '20 kregen politie en marechaussee een vierde groep in het oog: muzikanten uit Duitsland en BelgiĆ«. De meeste gezinnen van deze laatste groep woonden al sinds het midden van de 19e eeuw in Nederland, maar ze vielen pas op toen ze de pensions en huizen verruilden voor een eigen woonwagen. Tegenwoordig gebruiken de nakomelingen van deze groepen, van wie een groot deel in 1944 in het vernietigingskamp Auschwitz werd vermoord, de term 'Sinti'. Vanaf het einde van de jaren '60 van de 20e eeuw maakten nieuwe 'zigeuners' hun opwachting, dit keer uit JoegoslaviĆ«. Toen het niet lukte hen naar hun geboorteland terug te sturen, zijn ongeveer 1000 van hen toegelaten en in de jaren '80 over een aantal opvanggemeenten verspreid. Ze wonen daar in huizen en staan bekend als 'Roma'. De term 'zigeuner' wordt door Sinti en Roma als een scheldwoord beschouwd.

Woonwagenbewoners van Beukbergen. Beukbergen, nu een van de grootste woonwagencentra van Europa, was ooit niet meer dan een kluitje wagens langs de kant van de weg. Een pleisterplaats voor scharen-slijpers, stoelenmatters, venters, kermisexploitanten, muzikanten, aardappelrooiers, uienrapers en kersenplukkers. Mensen met beroepen die een reizend bestaan noodzakelijk maakten, en voor wie reizen een manier van leven werd. Lees meer

Vanaf halverwege de negentiende eeuw kwamen kleine groepjes Hongaren naar Nederland. Volgens het Haagse weekblad waren de zigeuners die in 1909 in Den Haag aankwamen ā€˜Mooie typen de mannen met gitzwarte hare en oogen, maken in hun nationaal costuum een goeden indruk- terwijl de vrouwen met hare vlechten, waaraan tal van munten, (Ć©Ć©n zag ik er met 30 goudstukken van Maria-Theresia), even behoorlijk als goedig eruitzienā€™. Zij trokken met hun families rond met paard en wagen. Ondertussen verdienden ze de kost met het repareren van potten en pannen. Ze woonden in tenten. De meeste van de rondtrekkende Hongaarse families emigreerden later naar Zuid-Amerika en Noord-Amerika. Een klein aantal bleef uiteindelijk in Nederland.

In 1868 verschenen in Nederland migranten uit BosniĆ« die in gezinsverband met Ć©Ć©n of meerdere beren rondtrokken. De bruine Balkanberen die zij meevoerden, hadden ze getraind om op het ritme van een tambourijn te dansen en andere kunsten te vertonen. De autoriteiten beschouwde hen als 'zigeuners' en meenden dat zij daarom per definitie als ongewenste vreemdelingen behandeld moesten worden. In werkelijkheid slaagden de meesten van deze berenleiders, die in tenten of bij boeren overnachtten, erin om voldoende geld te verdienen. Ze traden vooral op straat op, maar soms ook vroegen lagere scholen hen om hun beren aan de kinderen te laten zien. Hoewel het slechts om kleine groepjes ging, liepen ze erg in het oog en de politie probeerde hen steeds weer over de grens te zetten. De laatste berenleiders vertoonden hun kunsten in de jaren '30 van de 20e eeuw. Net als de Hongaarse ketellappers emigreerden de meesten, met beren en al, naar Amerika.

Omstreeks 1900 verschenen er kleine groepjes paardenhandelaren uit Noorwegen en Zweden die met hun gezinnen in woonwagens door het land trokken. Zij werden al snel als 'zigeuners' bestempeld door Nederlandse overheden. Aangezien alle zigeuners als ongewenste vreemdelingen werden beschouwd, maakten politie en marechaussee hun het leven nogal lastig. Omdat de meesten over geldige paspoorten en voldoende inkomsten beschikten, konden ze echter niet zomaar over de grens worden gezet. Deze paardenhandelaren, van wie de voorouders waarschijnlijk uit Hongarije kwamen, verdienden goed geld met het verhandelen van zogenaamde 'hitten': kleine, maar sterke paarden die voor de oorlog volop werden gebruikt in de handel en het transport. Deze 'zigeuners' verhandelden hun paarden op markten in Noord-Frankrijk, BelgiĆ« en Nederland. Een aantal van hen, onder wie de familie Petalo, zou voorgoed in Nederland blijven. In mei 1944 zijn zigeuners bij een razzia opgepakt en via Westerbork naar Auschwitz gestuurd. Van de 245 Nederlandse zigeuners zouden er slechts zo'n dertig levend Paardenhandelaren bij Meppel: Collectie Universiteitsbibliotheek LeidenPaardenhandelaren bij Meppel: Collectie Universiteitsbibliotheek Leidenterugkeren.

Al vanaf de jaren '30 van de 19e eeuw kwamen geregeld Duitse en Belgische gezinnen naar Nederland die de kost verdienden met het maken van muziek op straat en in cafĆ©s. Daarna met het vertonen van allerlei kunsten. Lange tijd vielen zij nauwelijks op, omdat ze in herbergen en bij boeren en in logementen verbleven. Toen aan het einde van de 19e eeuw de woonwagen opkwam, gingen zij - zoals veel Nederlanders - steeds meer over op deze nieuwe mobiele woonvorm. Pas in de loop van de jaren '20 ging de marechausse ertoe over om hen ook als 'zigeuners' te bestempelen. In hun ogen waren het immers ook rondtrekkende gezinnen met een buitenlandse achtergrond. Hoewel sommigen zich stelselmatig aan diefstallen en oplichting schuldig maakten, verdienden de meesten eerlijk de kost met het maken van muziek. Vaak op straat, maar steeds meer ook met orkesten in grand-cafĆ©'s en restaurants. In de oorlog kwamen zo'n 200 van hen om in Auschwitz, omdat de Nazi's hen, net als joden, als een minderwaardig ras beschouwden. Vanaf de jaren '70 staat deze groep bekend als 'Sinti' en tegenwoordig worden hun belangen door een eigen vereniging behartigd. Bekende Sinti-orkesten  zijn het koninklijk zigeunerorkest Tata Mirando (van de familie Weiss), Gregor Serban, Lajos Veres, de Basili's en het Rosenberg trio.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM