Uitgebreid zoeken

Zuhause in twee landen

Nederlands

Birgitt vertelde dat het twee maanden duurde voordat ze ook echt Nederlands ging praten.
 
Eliane: 'Dus alleen de eerste twee maanden?'

Birgitt: 'Ja, dan riep hij: ‘Het is dé auto en dé fiets, en niet het auto en het fiets.’ [lacht] Ik kon Nederlands op een gegeven moment lezen, spreken, maar niet schrijven. Dat duurde heel lang.'

Eliane: 'Waar lag dat aan [dat het schrijven langer duurde]?'

Birgitt: 'Omdat Nederlands moeilijk is. Neem nou zo’n woord als ‘moeilijk’, m-o-e-i, hoe kom je op het idee, of een woord als ‘nieuws’ met i-e-u. Op een gegeven moment wen je eraan. Dingen die je grappig vindt. Drie keer [aan]‘bellen’ aan een deur is drie keer ‘blaffen’ in het Duits, nou ik lag dubbel, maar op een gegeven moment hoor je dat niet meer. Je vindt een heleboel dingen gek in een taal. En ik merk nu dat een heleboel Duitsers dat grappig vinden en dan denk ik, wat een onzin.' [lacht]

Ik vraag haar of er naast taal nog andere dingen waren die ze grappig vond of waar ze aan moest wennen.

Birgitt: 'Ja alles, de hele dagindeling. Ik vond hem prettiger, dat moet ik eerlijk zeggen. De dagindeling, dat je ’s avonds eet. Dus als vrouw, zeker als je geen baan heb, heb je de hele dag. In Duitsland begint alles veel vroeger, dus de scholen om half acht in de zomer, maar ’s middags is iedereen thuis. Dat is ook zo op middelbare scholen, het is wat compacter, minder pauzes. Je moet als huisvrouw in Duitsland ’s ochtends het huis hebben schoongemaakt, boodschappen hebben gedaan en ’s middags de warme maaltijd op tafel, en dat is hard werken. Vandaar dat ook bijna iedereen in die tijd daar ’s middags even middagrust nam. Je rustte dan na de warme maaltijd, het voordeel voor kinderen was dat je de hele middag vrij had om van alles te doen. Dat vond ik hier belachelijk, dat ook kleine kinderen tot vier uur op school zaten. Ik begreep niet dat je die kinderen op een stoel laat zitten de hele dag.
Maar prettig vond ik bijvoorbeeld dat als je in Duitsland jarig bent word je uitgenodigd, zit je strak aan tafel met het mooiste servies en gebakken taarten, maar in Nederland vond ik het veel fijner. Je had koffie en taart en wie er aan dacht kwam, je zat niet aan tafel maar je hing een beetje rond, dus ja, een vrijere, andere dagindeling maar die mij persoonlijk beter beviel.'

Anti-Duits

Birgitt: 'Er waren mensen die geen contact wilden omdat ze geen Duits praatten, maar er waren er ook een heleboel die door de oorlog anti-Duits waren, en dat was in de jaren zestig nog heel hevig. Dus iemand zei een keer: ‘we rijden nooit door Duitsland naar Italië, want we willen van Duitsers niet weten.’ Maar ja, ik ben in ’43 geboren, dus ik zei: ‘het spijt me maar met de oorlog heb ik niets te maken, behalve dat mijn vader gesneuveld was, en zijn broers gesneuveld waren.’

Buitenbeentje

Birgitt: 'Het aller naarste dat ik heb meegemaakt is dat ze mijn oudste zoon Pieter in mekaar hebben geslagen. Omdat ze zeiden: ‘Je moeder is Duitse dus dan ben je mof.’ Of: ‘Je moeder is een mof.’ En toen had hij iets gezegd van ‘nou en.’ En toen hebben ze hem in elkaar geslagen.'

Eliane: 'Hoe oud was hij toen?'

Birgitt: 'Huh… zeven of acht. En toen had ik het niet meer. Verdorie, hij kan daar toch niets aan doen. En achteraf denk ik, misschien hadden ze hem anders om een andere reden in elkaar geslagen. Hij was een beetje een buitenbeentje. Ik weet het niet, maar dat komt hard aan. Het idiote is dat hij zijn lederhosen aan heeft gedaan, gewoon als protest. En toen dacht ik, nu wordt hij op een manier buitenbeentje, of Duits georiënteerd, terwijl dat helemaal niet hoeft. Dat was heel lastig. En dat ik af en toe een dirndl jurk aan had, nou dat moet je ook niet doen. Gek genoeg zou je het nu wel kunnen doen.'

Een stukje terug vertelt Birgitt over haar dirndl jurk. Ik vind het wel gedurfd dat ze die aan deed, daarom vraag ik haar naar de reacties die ze hier op kreeg.

Birgitt: ‘Is het uit Oostenrijk?’ dat was dan nog een excuus. En dan zei ik: ‘Nee uit Duitsland’. En dan was het ‘oo… oo…’. Terwijl ik het wel zo’n leuke jurk vond om aan te hebben.
Eliane: U had het net over vooroordelen die invloed hadden op uw zoon, maar heeft u ook zelf dat soort ervaringen?
Birgitt: Ja, veel mensen die zich bijvoorbeeld omdraaiden, of rotverhalen vertelden over de oorlog, soms van hun familie of zelfs alleen van horen zeggen, de Hongerwinter. Of gewoon met de Duitse rijtjes begonnen, ‘O je bent Duitse! Mit, nach, zeit, von…’ Ik dacht waar heeft ze het over? Ik heb pas later begrepen dat dat die rijtjes waren, want die leert natuurlijk geen enkele Duitser. Ik heb ze later ook allemaal geleerd. Heb hier later nog gestudeerd.

Tolerantie

'De mensen die de oorlog wel hadden meegemaakt, en dan bedoel ik echt meegemaakt, reageerden vaak toleranter dan de mensen van de volgende generatie, die de oorlog niet hadden meegemaakt. Vooral bij mensen met Joodse achtergrond, die zeer anti-Duits waren, omdat ze zelf niet geleden hadden maar hun ouders, en die reactie kan ik ook begrijpen.
Eliane: Dus de mensen die het niet meer hadden meegemaakt reageerden vaak heftiger?
Birgitt: Ja, de generatie daarop. Stel je voor dat er iets met je moeder gebeurt, dat zou je de mensen die dat gedaan hebben niet vergeven. Dat is denk ik de reden. Dat iemand van de vorige generatie die je dierbaar was of bij je hoorde, dat die er niet meer is, op een afschuwelijke manier is omgebracht, ja dat kan ik begrijpen. In het begin was ik verbijsterd [over de anti-Duitse gevoelens], even verbijsterd als toen ik bij mijn broertje in Spanje was en ze me omhelsden omdat ik Duitse ben. Dat is gek, het tegendeel van Nederland. Maar wel even pijnlijk. Ze hadden in hun hongertijd werk gehad in Duitsland en daarmee was de hele familie gered. En dat alleen maar vanwege je nationaliteit, dat is toch wel gek.'

In het begin van de jaren zestig speelde ook het huwelijk tussen Beatrix en Claus. Ik ben benieuwd wat Birgitt hiervan mee heeft gekregen.

Birgitt: 'Dat was geweldig! Claus was de beste diplomaat die we konden hebben in Nederland vanuit Duitsland, een schitterende man. Mijn man heeft dus ook de prinsen op school gehad, dus als Alexander goed Duits praat, dan weet je hoe dat komt [glimlacht]. En Beatrix kwam ook gewoon op de ouderspreekuren. En er waren dan wel een paar vaders die geen vader waren, waarschijnlijk bewakers. Hij had een heel sterke band met Alexander.' [De kinderen van Beatrix zaten op het VCL, een christelijke Havo/Vwo school]

Eliane: 'Heeft u het in die periode wel eens met iemand gehad over de bruiloft?'

Birgitt: 'Meer dan de helft van Nederland vond de bruiloft mooi, maar het was natuurlijk spannend. Het was niet alleen maar positief. Maar ik denk dat juist ook prins Claus onwaarschijnlijk veel goeds heeft gedaan in Nederland. Maar sommige mensen zeiden: ‘Het koningshuis is langzamerhand alleen maar Duits’. Tegenwoordig mag je ook een burgerlijk iemand trouwen, maar vroeger was dat onmogelijk. Mensen zeiden dingen als: ‘Het moet gewoon een Republiek worden, langzamerhand wordt het gewoon een Duits koningshuis’. Maar ja, later, als je nu mensen vraagt, dan zegt niemand meer iets negatiefs over Claus.'

Ik wil het interview gaan afronden en als laatste wil ik Birgitt vragen of ze zich het meest Nederlands of Duits voelt, als ze terugkijkt op haar leven.

Birgitt: 'Ik zou zo zeggen, gek genoeg allebei. Want toen er voetbal was tussen Duitsland en Nederland, waar iedereen zo gespannen voor was, heb ik aan de beek gezeten, ik kon alleen maar winnen met twee nationaliteiten. Bovendien ben ik geen voetbalfan. Als Duitsers het over lawaaierige Nederlanders op een camping hebben dan ben ik Nederlands en ga ik er tegenin. En in Nederland aan het strand word ik anti-Duits, daar heb je vaak de verschrikkelijkste Duitsers. Zo zit je tussen twee nationaliteiten in, ik geloof dat ik ze nu allebei in me heb. En ik zal hier in Nederland blijven wonen omdat mijn familie hier woont. Misschien als ik heel oud en gebrekkig ben kan het zijn dat ik liever in Duitsland ben. Ik weet het niet. De Duitse bejaardentehuizen liggen me meer. Mijn tante zat in een bejaardentehuis op een berg en je kunt er zwemmen, fitness en met de bus naar toneelstukken in Hamburg, en dat vond ik heel fijn. Het enige wat ik daar als bezwaar vond waren de oude mensen [lacht]. Dat je de vrijheid hebt.'


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM