Uitgebreid zoeken

Het Verdrag Betreffende de Status van Vluchtelingen

Internationale Samenwerking en de Nederlandse houding op het gebied van het vluchtelingvraagstuk tussen 1938 en 1952

Na de Tweede Wereldoorlog was er een groot vluchtelingenprobleem, 11 miljoen mensen waren niet thuis. Deze vluchtelingen zijn grofweg te verdelen in twee groepen; Displaced Persons, die door nationaal socialistische of fascistische regering gedwongen uit hun vaderland waren gedeporteerd, en vluchtelingen die voor, tijdens en na de oorlog waren gevlucht ‘op eigen gelegenheid’. Deze groepen vluchtelingen bestonden voornamelijk uit mensen die niet als arbeidskracht konden worden ingezet zoals ouderen, zieken en gehandicapten.

1951 was een belangrijk jaar waarin binnen het kader van de Verenigde Naties het ‘Verdrag Betreffende de Status van Vluchtelingen’ werd getekend. Met dit verdrag werden belangrijke, internationale afspraken gemaakt over de rechten van vluchtelingen. Dit onderzoek gaat over de discussies en organisaties voorafgaand aan het verdrag, en specifiek de rol van Nederland hierin.

Er zijn drie belangrijke factoren te noemen die in de totstandkoming van het verdrag een rol hebben gespeeld. De eerste factor is de Koude Oorlog. De repatriëring van Sovjet burgers zorgde voor hevige discussies in de verschillende vluchtelingen organisaties. Terwijl het westen de gevluchte Sovjet burgers zag als vluchtelingen die beschermd moesten worden wilde de Sovjet Unie dat haar burgers werden gerepatrieerd. Een tweede factor zijn de humanitaire argumenten die gebruikt worden in het debat. Europese mogendheden voelden zich verantwoordelijk omdat zij, door hun lakse houding tegenover nationaal socialistische mogendheden, het vluchtelingenprobleem zelf deels hadden veroorzaakt. De derde factor waren de economische aspecten van het probleem. De opvang van vluchtelingen kostte veel geld en veel Europese landen hadden het idee dat zij deze kosten niet konden verantwoorden aan hun burgers. Pas als de Verenigde Staten fondsen opzetten voor de hulp aan vluchtelingen kan er een start worden gemaakt naar een oplossing. Deze laatste factor is zowel in Europa als in Nederland de belangrijkste, maar is in eerdere onderzoeken nog nooit zo prominent genoemd. Toch is deze factor essentieel om de problematiek van deze periode te duiden.

Bachelorscriptie Femke Vermeer Geschiedenis, Universiteit Leiden, 2013

Trefwoorden:

MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM