Uitgebreid zoeken

DISCRIMINATIE (COLUMN) Door Dimitris Giannakos

Ook eind jaren zestig was het moeilijk om in Utrecht een kamer te vinden. Via het kamerbemiddelingsbureau van het toenmalige MAI-Bureau, kreeg ik een adres midden in de wijk Lombok aan de Celebesstraat. Ik was doodsbenauwd. In gastarbeiderskringen ging het verhaal rond dat de Hollandse hospita's erg streng waren: je mocht niemand op bezoek meenemen, laat staan een vrouw, en je moest op tijd thuis zijn, anders mocht je er niet meer in.

Ik had nooit op kamers gewoond en was op het ergste voorbereid. Ik moet er doorheen zien te komen, dacht ik.
Mevrouw Werkhoven deed de deur open en ik voelde het meteen. Ze straalde warmte en genegenheid uit. Als ik daar zou mogen wonen kon ik alles weer aan. En het mocht. Mijn gebrekkige Nederlands en haar zware Utrechtse accent stonden ons niet in de weg. Er waren nog drie gasten, twee Nederlanders en een Italiaan. Ik kon kiezen: een kamer huren of kostganger worden. Ik werd kostganger en mevrouw Werkhoven nam de taak van mijn moeder over. Ze bekommerde zich evenveel om ons als om haar eigen kinderen. Alleen een douche ontbrak. Een keer per week, meestal op vrijdag, ging ik op de fiets met de jongens naar het badhuis aan de Kanaalstraat.
Als ik nu hoor over discriminatie in de wijken denk ik aan mevrouw Werkhoven en daar put ik hoop uit.

AanZet, april 1995
(Op de foto mevr. Werkhoven (links) en mijn moeder op bezoek in Nederland)


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM