Uitgebreid zoeken

Katja Rusinovic: ‘Ik sta voor gelijke kansen voor iedereen!’

[title]

Katja Rušinovic is 31 jaar, getrouwd, moeder van een dochter en geboren en getogen in de wijk Schiebroek in Rotterdam. Haar vader is geboren in Novo Mesto in Slovenië, maar haar familie is afkomstig van het eiland Drvenik Veli in Kroatië. Haar vader was zeeman, hij ontmoette haar moeder in Rotterdam en bleef ’verliefd’ aan de wal. Katja en haar broer zijn geboren en getogen in de toen nog ‘witte’ wijk Schiebroek in Rotterdam. Op de basisschool waren ze een van de weinige kinderen met een buitenlandse achternaam. De school was blij met de kinderen Rušinović omdat allochtone leerlingen vanwege hun vermeende achterstand in aanmerking kwamen voor een aanvullende leerlingenbijdrage van het rijk. Op de steeds terugkerende vraag van klasgenoten hoe ze aan haar achternaam kwam, antwoordde Katja steevast dat haar vader uit Joegoslavië kwam.

De vader van Katja Rušinović was niet actief binnen het verenigingsleven van de Joegoslaven in Nederland en Katja had vooral een Nederlandse vrienden- en kennissenkring. De Kroatische taal kreeg ze spelenderwijs mee van haar vader en haar familie in Kroatië en daarnaast volgde ze ook lessen op de Joegoslavische school in Rotterdam. Ze wilde de taal leren om tijdens de vakanties in Kroatië met haar familie te kunnen praten, in het bijzonder met haar oma. ‘Ik zou het leuk vinden als mijn vader mijn dochter Kroatisch leerde, dan kan zij tijdens de vakanties met de familie praten. Mijn familie woont nu in Zagreb en Split, maar ik ga ook regelmatig een week naar het eiland Drvenik Veli’, aldus Katja.

Studie en politiek

Tijdens haar middelbare schooltijd werd Katja Rušinović lid van de Jonge Socialisten en ze ging na het behalen van haar diploma sociologie studeren aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Een inhoudelijke studie die aansloot bij haar interesses en haar betrokkenheid bij samenlevingsvraagstukken. Thema’s als burgerschap en integratievraagstukken vormden de rode draad in haar studie. In een van haar publicaties ‘De Stad en Staat van de Burger’, die zij samen schreef met Godfried Engbersen en Marianne van Bochove, werd de verhouding tussen de lokale betrokkenheid van de migranten met de bindingen met het herkomstland geanalyseerd.

Politiek actief

Katja Rušinović werd in 2003 gevraagd om secretaris te worden van de PvdA projectgroep ‘Integratie en Immigratie’ onder voorzitterschap van Schelto Patijn en heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het rapport ’Integratie en immigratie: aan het werk!’ Het rapport werd tijdens het partijcongres van de PvdA in 2004 besproken en vastgesteld. In deze periode werd haar belangstelling voor de uitvoerende politiek weer geprikkeld en besloot ze zich in haar nieuwe woonplaats Dordrecht kandidaat te stellen voor de gemeenteraad. Katja was ook actief op het maatschappelijke front o.a. als vrijwilligster bij de Pauluskerk van dominee Visser, de plek waar vluchtelingen, verslaafden, daklozen en illegalen zorg en aandacht kregen. Op 1 december 2006 promoveerde Katja Rušinovi en sinds 2006 is zij als postdoctoraal onderzoeker werkzaam bij de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Raadslid in Dordrecht

In 2006 werd zij gekozen als raadslid voor de PvdA in de gemeenteraad van Dordrecht, in een fractie van twaalf mensen. ‘Het lokale politieke werk is echt leuk, je ontmoet mensen en hebt contact met ze, je blijft zichtbaar en aanspreekbaar. Ik vind dat de stem van de burger gehoord moet worden. Pas dan voel ik me thuis in de politiek. Om die reden werd ik op mijn 16de ook lid van de Jonge Socialisten en later van de PvdA’ aldus Katja Rušinović. Nu staat ze op de vierde plaats op de lijst van de PvdA in Dordrecht en is zij woordvoerder voor Economische Zaken, Onderwijs en Armoedebeleid. Daarnaast is zij voorzitter van de fractiewerkgroep Analyse en Strategie, die de fractie ondersteunt in haar optreden in de raad, commissies en andere partijen en naar buiten. Op de vraag of zij in de komende raadsperiode ’in’ is voor een wethoudersfunctie, glimlacht ze alleen.

Lizebulletin / nr 64 / februari 2010


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM