Uitgebreid zoeken

Weinig drempels voor migranten (1850-1900)

De eerste Vreemdelingenwet - van 1849 - werd nauwelijks nageleefd. Zo bleef de grensbewaking tot in de 20ste eeuw zeer beperkt. Ook bij bewaakte grensovergangen werden vreemdelingen die in Nederland wilden werken makkelijk doorgelaten. Eenmaal voorbij de grens was er nauwelijks controle meer. De meeste buitenlanders konden wonen waar ze wilden. Tot in de jaren '30 van de 20ste eeuw hadden ze zelfs geen werkvergunning nodig. Het ambtenarenapparaat was klein en een speciale vreemdelingenpolitie afwezig. Bij de invoering van de Vreemdelingenwet in 1849 werden gemeenten voor het eerst verplicht om een register aan te leggen met gegevens over vreemdelingen die in de stad verbleven. Deze waren echter niet verplicht om zich te melden, dus was die registratie verre van volledig. In veel plaatsen werd de registratie ook al snel weer gestopt. In de grote steden werden de vreemdelingenregisters beter en langer bijgehouden dan in kleinere steden.


Welke vreemdelingen werden minder soepel toegelaten? Mensen die geen geld hadden en weinig kans maakten op werk werden tegenhouden of teruggestuurd. Een andere groep die bij de grens werd geweerd, waren zigeuners. Tegen het einde van de 19de eeuw verschenen regelmatig waarschuwingen tegen hun toelating, wat trouwens voor de meeste landen gold. Zij allen probeerden rondtrekkende vreemdelingen buiten de grens te houden. Het gevolg was, dat groepen zigeuners soms heen en weer werden geschoven over de Belgisch-Nederlandse grens. Wie eveneens konden worden uitgezet, waren vreemdelingen die niet in hun onderhoud konden voorzien of die als een gevaar golden voor de openbare orde - de publieke rust. Het aantal uitzettingen liep op van ongeveer 1.000 rond het midden van de 19de eeuw, tot ongeveer 3.000 rond 1900. Vreemdelingen die al langer in Nederland woonden, werden bij het ontbreken van inkomsten niet direct uitgezet. Zij konden een beroep doen op de stedelijke armenzorg of op de staat.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM