Uitgebreid zoeken

Zoeken: Tekst

472 treffers

Treffers

‘Er kwam een trein uit het Oosten binnen, uit Soerabaja, met een hoop kerels. De strijd was daar toen al aan de gang.

In Bandung kreeg Juliaan dankzij de aanwezigheid van een familiebibliotheek de mogelijkheid om aan zijn algemene ontwikkeling te werken. Deze situatie was uniek.

In 1942 begon de Japanse bezetting, waardoor veel Nederlanders in Jappenkampen werden opgesloten. Juliaan bleef dit bespaard, omdat hij van gemengde komaf was.

Bernardina: ‘Nee, nee, ze wilden hem wel in andere buitenlanden hebben, maar dat wilden we niet. De kinderen waren bijna aan de middelbare school toe.

Bernardina: ‘...en de telefoon verbinding was heel moeilijk, want Cuba… Daar was Castro, die was daar net dictator geworden en die probeerde nu ook voet te krijgen in Venezuela.

Bernardina: ‘En er was ook een aparte Hollandse club, daar heeft, hoe heet ie ook alweer, die joodse cabaretier... [denkt na] Max Tailleur! Max tailleur!

‘We woonden gewoon in een woonbuurt, maar wel vlakbij de Engelse Canadese school, met een Hollandse afdeling. Daar zaten drie klassen bij elkaar, van Hollanders.

Marc: ‘Waar ik nog nieuwsgierig naar was, sprak u de taal toen u daar heen ging?’

"Ik moest naar de groetenboer. Mijn moeder zegt in het Maleis tegen mij, kleine kooltjes moet je halen. Ik denk, ik zie wel.

Voordat de oorlog uitbrak in 1942, gingen kinderen naar school. Op die school leerden zij Nederlands en ook over Nederland.

Jet kwam in 1950 aan in Friesland. Dit was de eerste groep Indo-Europeanen die naar Nederland kwam, mensen met een Indische achtergrond.

Wel of niet teruggaan naar het geboorteland, het bleef een moeilijke keuze voor Indische Nederlanders. Jet is voor vakantie wel een paar keer terug gegaan naar haar geboorteland.

"Bij het Suez-Kanaal hebben wij kleding gekregen, een joggingpak. We kregen allemaal een dikke appel en die kledingstukken en schoenen.

In 1942 brak de oorlog uit en de Japanners zetten de Nederlanders gevangen in de zogeheten “Jappenkampen”. De vader van Jet werd geïnterneerd.

De huizen die Jan en Jet hebben uitgekozen om in te wonen zijn niet gekozen omdat er enige verbintenis was met de huizen die Jet gewend was in Nederlands-Indië.

"Mijn moeder droeg wel altijd een sarong, die heeft zij sinds we in Nederland zijn altijd gedragen tot haar dood toe. Ze heeft nooit een broek, een jurk of wat  dan ook gedragen.

Meneer Keller: "De Papoea’s zijn een heel ander volk dan wij gewend zijn. Prachtige krullen, heel ander soort. Vrij. Ze keken je aan, ze praatten goed tegen je.

"Nieuw-Guinea. Het zit in mijn hoofd. Ik neem er wel afstand van hè zo over de jaren.

In 1946 ging meneer Keller op 18 jarige leeftijd in dienst van het KNIL. Omdat meneer Keller Indo-Europees was en geen Nederlandse nationaliteit had, werd hij ingedeeld in een inheems compagnie.

Judith: Want hoe voelde u zich toen u te horen kreeg dat u niet in Nieuw-Guinea kon blijven? Hoe voelde u zich toen?


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM